Stichting Bondo Kids » Onderwijs
Bondo Kids, hulp aan invalide kinderen in Afrika, Kenia, Nyabondo

Onderwijs

Gratis onderwijs in Kenia leidt tot overvolle klassen

Docenten draaien dubbele diensten
(Met toestemming overgenomen uit Het Onderwijsblad 15 van 6 september 2003, het magazine van de Algemene Onderwijsbond)
Tekst - De leerlingen van de zesde klas gaan zo snel mogelijk staan zodra directrice Purity Maina de klas binnenkomt. “Sit down, please”, zegt ze, terwijl ze wat ramen opent. Met veel gerommel proberen de 117 kinderen weer hun plekje te vinden om verder te gaan met hun huiswerk. Sommigen zitten vooraan op een kleedje op de grond, anderen delen een bankje met z’n vijven. Sinds de invoering van het gratis onderwijs per januari is het aantal leerlingen van de Dr. Aggrey primary school, een basisschool in een sloppenwijk van Nairobi in Kenia, meer dan verdubbeld.
Youssef is een van de vele voorbeelden van kinderen die nu voor het eerst van hun leven naar school kunnen. Na de eerste test mocht hij beginnen in klas vijf. “Maar hij deed zo erg zijn best dat we na een maand besloten dat hij mee kan draaien in de zesde”, vertelt directrice Maina. Pas als Youssef gaat staan, valt op hoe lang hij is. “Achttien jaar”, antwoordt hij met gebogen hoofd op de vraag hoe oud hij is, ruim zeven jaar ouder dan de rest van zijn klas. Eenmaal buiten zegt de directrice dat sommige jongens zelfs de twintig zijn gepasseerd, maar zich te erg schamen om dat te zeggen.
Gratis basisonderwijs en het verplicht stellen ervan was een van de beloftes, waarmee de Nationale Regenboogcoalitie de Keniaanse verkiezingen won. Mwai Kibaki, sinds december 2002 de president van Kenia, kwam zijn woorden na en vanaf januari hebben zich meer dan anderhalf miljoen kinderen bij de openbare scholen gemeld. ‘Overweldigend’, noemt het ministerie van onderwijs de aanmeldingen nu. Want goed voorbereid waren de scholen niet.
De Dr. Aggrey primary school in Nairobi is een van de 17.000 openbare basisscholen in Kenia. Vorig jaar telde de school 461 leerlingen, nu zijn dat er 930. Vooral het eerste leerjaar is gegroeid. De Dr. Aggrey-school heeft er nu vier van rond de zestig kinderen. Maar ook de andere klassen puilen uit, met de 117 leerlingen van de zesde klas als topper. De lerares heeft zich ziek gemeld. Heel begrijpelijk volgens directrice Purity Maina. “Ze is een heel goede leerkracht, maar zoveel kinderen kan niemand aan. Niet alleen het lesgeven is een last, maar denk ook eens aan de tijd die het nakijken van zoveel werk kost. Sommige leraren zeggen dat ze zo moe zijn dat ze hun eigen kinderen thuis niet meer kunnen zien.”
Aan lokalen geen gebrek, zeven staan er leeg, er is echter geen geld om meer leraren aan te nemen. En er is een tekort aan alles: boeken, schriften, pennen, tafels, noem maar op. In het kantoortje van de directrice staan drie computers werkeloos: er is geen geld voor de stroom. Een school krijgt van de overheid 1020 shilling (zo’n dertien euro) per kind. “Sinds de invoering van het gratis onderwijs weigeren alle ouders het schoolgeld te betalen. Maar het geld dat we van de regering krijgen is niet eens genoeg om boeken aan te schaffen. Sinds april is de elektriciteit afgesloten, omdat we de rekening niet meer kunnen betalen. De computers hebben we maar opgeslagen tot betere tijden aanbreken.”

Veilig
Hoewel ze sinds januari ‘een permanente hoofdpijn’ heeft, staat de directrice volledig achter de invoering van het gratis onderwijs. “Van mij mag het aantal leerlingen nogmaals verdubbelen. Ik zou graag wel 2000 kinderen willen”, zegt ze vol overgave. “Het is goed dat de kinderen naar school kunnen. Sommigen nemen hun broertjes en zusjes mee, ook al zijn ze nog te jong. Ze zien de school als veilige haven. Weg van de thuissituatie waar moeder de hoer uithangt en vader aan de alcohol is. Dat is ook de reden waarom klas zes massaal naar school komt, zelfs als de lerares ziek is. Op school zijn ze veilig.”
Boven op een kast in de hoek van haar kantoortje staat een verzameling prijsbekers. Het is een teken dat haar leerlingen de afgelopen jaren heel goed scoorden op de eindtoetsen van klas acht. Dat de kwaliteit van het onderwijs nu afneemt, ziet de directrice ook wel. “De invoering van het gratis onderwijs ging zo snel dat het nu een beetje chaotisch is. Het is op dit moment onmogelijk om kwalitatief goed onderwijs te geven. Een groot deel van wat er nu geleerd wordt, ligt op moreel gebied, zoals niet stelen en respect tonen. Want wat denk je wat voor kinderen we hier binnen krijgen? Er is een meisje dat steeds verleidelijk gaat staan zodra er een man de klas binnenkomt. Dat is zij van huis uit gewend, want sommige ouders laten hun kinderen hoereren. Vaak zelfs zonder condoom. ‘We sterven liever aan aids dan van de honger’, zeggen zij dan. Een kind heeft me gevraagd of ik met haar moeder wilde praten of zij ‘haar mannen’ niet meer mee naar huis wil nemen, want de leerling kan zich niet concentreren op haar huiswerk. De kinderen willen zo graag leren. Daarom zeg ik ook: iedereen is welkom, want onderwijs geeft hun een kans om weg te komen uit de sloppenwijk.”

Taboe
De leraren draaien overuren, op sommige scholen zelfs dubbele diensten: ’s ochtends vroeg de ene klas en ’s middags een andere. De nationale onderwijsvakbond KNUT, die zo’n 250.000 leden telt, ziet het met lede ogen aan. Al jaren strijdt de bond voor gratis onderwijs waarbij hij hamerde op het belang van voldoende leraren. “We zijn erg blij dat de nieuwe regering haar belofte is nagekomen. De invoering van het gratis onderwijs is een grote stap in de goede richting”, zegt KNUT-voorzitter Joseph Chirchir. De bond heeft na langdurige onderhandelingen net een akkoord bereikt over een beter salaris voor leraren. “Maar nu is het echt tijd dat er geld wordt vrijgemaakt om meer leraren aan te nemen.”
KNUT schat dat er 60.000 leraren extra nodig zijn en noemt de toezegging van 7.000 leraren van het ministerie een druppel op de gloeiende plaat. “Over kwaliteit kun je pas praten als we de klassen verkleinen naar 35 tot veertig kinderen. We hadden al een tekort van ruim 35.000 leraren, dat aantal is na de invoering van gratis onderwijs nog veel meer opgelopen.”
Voor een groot deel zijn die leraren er al. Gedwongen door de Wereldbank, die inkrimping van overheidspersoneel eiste, sneed de vorige regering radicaal in het onderwijspersoneel met als gevolg dat nu zo’n 30.000 leraren thuis zitten. De KNUT wil dat deze leraren aan het werk kunnen en dat er meer leraren worden opgeleid. Zeker als er rekening mee wordt gehouden dat naar schatting een op de vijf leraren besmet is met het hiv-virus. De vakbond zet zich dan ook met projecten op scholen actief in om de ziekte te bestrijden. En overal op het KNUT-hoofdkantoor in Nairobi hangen posters met de tekst: Stop aids, face it, it starts with you. “We kunnen niet achterover leunen en denken dat het zich vanzelf wel oplost. Erover praten is vaak al taboe en ze denken hier dat als iemand aids krijgt, God dit zo gewild heeft. Het voorkomen van aids vraagt een verandering van gedrag, te beginnen bij de leraren die het goede voorbeeld moeten geven”, zegt Paul Nyambala van de KNUT vol overtuiging.

Niet mooi
“Een hyena is een lelijk dier. Wie weet wat het tegenovergestelde is van lelijk?”, vraagt lerares Millicent Arodi met stemverheffing. Haar tweede klas bestaat uit ruim tachtig kinderen van rond de zeven jaar. Niet iedereen is echt bij de les, maar allemaal zijn ze stil. Niettemin hoor je duidelijk de eerste klas door de houten afscheiding heen, waar evenzoveel kinderen hardop het alfabet opzeggen. Sommige kinderen delen met zijn achten een boek en proberen zelfs op de kop mee te lezen. Als de klas geen antwoord weet, geeft Arodi als hint: “Het tegenovergestelde van meisje is jongen. Wat is dan het tegenovergestelde van lelijk?” “Beautiful”, zegt een klein meisje van achter uit de klas. “Heel goed”, zegt Arodi. “Een hyena is niet mooi, want het is een slecht dier.”
De Ajucha primary school in het dorpje Awasi is een echte plattelandsschool, waarvan het aantal leerlingen ook enorm is toegenomen, tot 653. De onderbouw is gevestigd in een oud houten gebouwtje, vanwege het lawaai afgescheiden van de bovenbouw in het stenen gedeelte. Een paar lokalen staan leeg, eentje dient nu zelfs als houtopslag. De kleuters zitten in een plaggenhutje, ook de lerarenkamer is donker en stoffig. De school komt zes leraren tekort, al is er een leraar die op vrijwillige basis aan het werk is. “Het is niet makkelijk om orde te houden over zoveel kinderen”, zegt senior teacher Blasio Ooko Agunja. “Bovendien is het nakijken extra zwaar, daar is simpelweg geen tijd voor. Soms zet ik de kinderen maar gewoon aan het werk, zodat ik in de tussentijd wat proefwerken kan nakijken.”
De nieuwe kinderen zijn wezen of hun ouders zijn heel arm, de meesten kunnen het uniform niet betalen en lopen op slippers of blote voeten. Sommigen wonen op meer dan een uur lopen van school. “Wij accepteren iedereen, ook al hebben ze geen uniform. Maar een probleem is dat sommige kinderen, die zich al als volwassenen moesten gedragen of die al veel ouder zijn, zich niet meer zomaar kunnen aanpassen in de klas. Als er ook nog eens niet genoeg boeken of schriften zijn en de klassen uitpuilen, dan werkt dat heel frustrerend. Op andere scholen zie je dat het percentage drop-outs al weer hoog is, wij hebben gelukkig bijna iedereen binnenboord weten te houden”, aldus William R. Kimenye, het hoofd van de school. Het bijbrengen van discipline ziet de school dan ook als eerste taak. Voordat de lessen beginnen, verzamelen alle leerlingen zich in een grote kring. Steeds moeten twee kinderen met hun buik op de grond gaan liggen en slaat het hoofd van de school ze met een twijgje tegen de benen, onder luid gegiebel van de rest. “Dit is geen straf”, legt senior teacher Ooko Agunja uit, “dit is om hen eraan te herinneren dat ze straf krijgen als ze zich niet gedragen.”

Fietstaxi
De Engelse les in klas acht gaat over de computer thuis. Een afbeelding met uitleg over onderdelen als muis en beeldscherm staat in het boek en de leerlingen dreunen de onderdelen zonder veel moeite op. De meeste leerlingen dragen iets van witte en blauwe kleding, de kleuren van het uniform. Sommigen hebben het officiële uniform aan, al dan niet met scheuren, en hun spaarzame boeken en schriften dragen ze in plastic tasjes. Het antwoord op de vraag waarvoor thuis computertechnologie gebruikt wordt, levert geen probleem op: de wasmachine. Terwijl er zowel op school als thuis geen elektriciteit is en de meesten nog nooit een computer hebben gezien. “Geen enkel probleem”, vindt Blasio Ooko Agunja. “Je kunt toch ook topografie geven zonder dat leerlingen de landen hoeven te zien? Ik weet zeker dat ze later wel wat hebben aan de computerinformatie.”
De leraren doen wat ze kunnen, zegt Ooko Agunja, maar de vraag is hoelang ze het volhouden. Basisscholen in een naburig district hebben als protest de deuren al gesloten. “We zijn wel blij met de salarisverhoging, maar het salaris blijft te laag om het werk echt aantrekkelijk te maken. We krijgen bijvoorbeeld honderd shilling (1,25 euro) per maand voor reiskosten. Een fietstaxi naar mijn werk kost al twintig shilling per keer. Dan ga je je al snel afvragen waar je het eigenlijk allemaal voor doet.”

Honger
De invoering van gratis onderwijs is een stap dichter bij de doelen die zijn afgesproken tijdens het Wereldonderwijsconferentie in Dakar in 2000: alle kinderen hebben recht op gratis en verplicht onderwijs in 2015. Maar nog lang niet alle kinderen gaan naar school, naar schatting volgen ruim twee miljoen kinderen geen onderwijs. “Dat heeft te maken met armoede en aids”, legt Paul Nyambala van de onderwijsvakbond KNUT uit. “Om niet van honger om te komen moeten kinderen wel werken, de meisjes moeten het thuis een beetje draaiende houden en de jongens zijn vaak de enige kostwinners. Aids zorgt ervoor dat een hele generatie ouders verdwijnt, veel kinderen zijn wees. Grootouders zijn vaak te oud, waardoor de kinderen aan het werk worden gezet, bijvoorbeeld de verzorging van het vee.”
Het ministerie van onderwijs vindt dat eerst voor alle problemen in de scholen een oplossing moet worden gevonden, voordat het ouders kan verplichten hun kinderen naar school te sturen. De KNUT is het daar maar gedeeltelijk mee eens. “Natuurlijk moeten er meer leraren worden aangenomen en moet er meer geld komen voor boeken en dergelijke, zodat we kwaliteit kunnen garanderen. Maar dat neemt niet weg dat het ook belangrijk is dat alle kinderen echt naar school gaan. We moeten ouders ervan overtuigen dat hun kinderen meer kansen hebben als ze naar school gaan. De moeders moeten we duidelijk maken dat het niet goed is om hun dochters thuis te houden als huishoudhulp. Daar hoef je niet mee te wachten totdat we de kwaliteit op peil hebben.”
De regering denkt nu al na over het gratis maken van het vervolgonderwijs. “Het is een volgende logische stap”, reageert de vakbond, “maar laten we toch eerst zorgen dat het basisonderwijs een beetje op orde is. Misschien dat we dan over vier jaar met wat betere voorbereiding gratis secundair onderwijs kunnen invoeren.”
Intussen houdt Blasio Ooko Agunja, senior teacher van de Ajucha primary school in Awasi, zijn hart vast. “De regering zit er nog niet zo lang, maar heeft al zoveel beloofd, van gratis onderwijs tot gratis hulpverlening. Ik ben benieuwd hoelang zij het volhouden. Want wat als deze regering instort, wat blijft er over van al die beloftes? Wat blijft er over van het gratis onderwijs?”